Shingles

 

Bitumen dakshingles zijn de meest gebruikte dakbedekking voor blokhutten en tuinhuizen. Ze zijn in twee vormen leverbaar: rechthoekig beverstaartvorm, en gewone rechthoekige dakshingles. Bijvoorbeeld van het merk Westwood. Deze zijn leverbaar in diverse kleuren.  

 


 

1. Ondergrond 

Het dakbeschot moet stevig, glad en droog zijn. Voorbeelden van goed dakbeschot zijn: multiplex, OSB-plaat of dakbeschotplanken van bijvoorbeeld douglas of vuren. De hellingshoek van het dak moet bij voorkeur 25⁰ of meer zijn. Bedraagt de hoek minder dan 15⁰ dan is het gebruik van shingles af te raden. Is de hoek tussen de 15⁰ en 25⁰, dan moet je eerst een onderlaag van plak spijkerrol aanleggen.

Bekijk hier de verschillende soorten dakbeschot.   ››

Ondergrond

 

2. Lijnen tekenen 

Trek horizontale lijnen over het dak. Meet de inkeping van de dakshingle, dit is de afstand waarop alle horizontale lijnen komen te staan. De eerste lijn met je vanaf de nok naar beneden. Deze lijnen zorgen dat je straks goed uitkomt en dat je nette rechte banen blijft leggen.

Maat

 

Voetshingles leggen

 

3. Voetshingles leggen 

Nu kan je beginnen met de eerst rij shingles, dit is de onderste rij, ook wel voetshingles genoemd. De voetshingles leg je daarbij omgekeerd (dus met de ‘’lamellen’’ naar boven) zodat je aan de dakrand een nette gladde rand krijgt. Laat deze rand 6 a 10 mm over de dakrand heen steken. Voor die onderste laag kun je eventueel ook de 'lamellen' afsnijden. Spijker deze laag vast met 4 a 6 asfaltnagels. De meeste dakshingles zijn aan de onderzijde voorzien van kleefstrips. Door de warmte van het zonlicht zorgen deze ervoor dat de shingles aan elkaar en aan de ondergrond verlijmt worden. Indien de dakshingles bij koud weer gelegd is het advies om de shingles extra te verlijmen met bitumen-koud lijm.

 

4. De volgende rij leggen 

Leg de volgende rij shingles, ditmaal met de lamellen naar beneden. Plaats de rug van de shingle tegen of langs de krijtstreep, zodat de shingles netjes en recht over de voetshingles heen vallen. Zorg ervoor dat de lamellen steeds een halve lamel verspringen. Dit heet halfsteens verband. Lijm de rugstroken op het dakbeschot en de punten van de lamellen op de voetshingles vast. Zet de rugstrook tevens vast met een paar asfaltnagels.

 

5. Het dak vol leggen 

Breng op dezelfde manier de volgende rijen aan, met de rug van de shingle tegen of langs de volgende krijtstreep. Ook deze shingles moeten de vorige rij netjes overlappen. Werk op dezelfde manier door, zo dicht mogelijk tot aan de nok van het dak. Spijker de shingles steeds 25 mm boven de inkepingen en op de zelfde hoogte 25 mm vanaf de rand. Op deze manier spijker je steeds door 2 lagen dakshingles heen en worden de spijkers op hun beurt weer afgedekt door de volgende rij.

 

Shingles sfeerbeeld

 

6. Nok shingles  

De nok bedek je met van elkaar los geknipte shingles. Deze vouw je over de nok waarna je ze aan de rand vast spijkert. Leg de volgende gevouwen shingle ongeveer 5 cm over de vorige en in ieder geval over de spijkers van de vorige shingle heen. Houdt bij het leggen rekening met waar de wind meestal vandaan komt en begin van de wind af. Op deze manier loop je minder kans dat er water onder de nokshingles waait.

Nok shingles

 

6. Dak afwerken  

Werk het geheel aan de randen af met losgeknipte shingles. Schroef tot slot een aluminium daktrim of hoekprofiel op de zijranden van het dak. Je kunt ook houten windveren maken. Buig de uitstekende rand van de voetshingles om de dakrand heen en schroef ze aan de onderkant van het dak vast met een houten of aluminium lat.

Bekijk hier alle soorten shingles   ››